“RIJKSMUSEUM IS IETS WAT JE GEDAAN MOET HEBBEN”

“RIJKSMUSEUM IS IETS WAT JE GEDAAN MOET HEBBEN”

AMSTERDAM – Na tien jaar verbouwen en renoveren is het Rijksmuseum weer open. Kranten pakten groots uit met bijlagen en uitneembare plattegronden en elke zichzelf respecterende talkshow liet verwonderende BN’ers door het museum schuifelen. Maar wat vindt de ‘gewone’ betalende bezoeker van het vernieuwde paradepaard van Amsterdam? Een dag (ver)dwalen tussen de Hollandse grootmeesters en ‘grappige doorgangetjes’.

Door Martijn van der Werff

Maandagmorgen tien uur. Op het Museumplein worden door gemeentewerkers en een enkele stortbui hard gewerkt om de sporen van de feestelijke opening van twee dagen eerder uit te wissen. De sfeer staat in schril contrast met de hal waar door je het museum binnenkomt. Van een typisch Nederlands plaatje met regen en veel fietsen naar een ruimte waar het woord ‘majestueus’ voor lijkt bedacht. De grootte van de overdekte binnenplaats en de kleding van de bediening in het grand café, dat veel weg heeft van een Parijs’ restaurant uit de jaren dertig, geeft het museum “een on-Nederlandse uitstraling” volgens Lianne (24) uit Baarn. Lianne is samen met haar vriendinnen Sanne (24) en Naomi (21) uit Baarn naar Amsterdam gekomen. De vriendinnen zijn hier elk met een reden. Zo is Lianne naar het museum gekomen uit interesse die te maken heeft met haar studie Kunst, Cultuur & Media aan de universiteit van Groningen. Naomi en Sanne zijn hier uit nieuwsgierigheid en vinden een bezoek aan het Rijksmuseum “iets wat je gedaan moet hebben”. Maar het moet vandaag vooral gezellig worden. Een half uur later staan de dames zich te vergapen voor een portret van de Engelse koopman Sir Thomas Gresham. “De plooien in de mouwen, vind je die niet waanzinnig!? Hij komt er echt uit, bijna 3D”, zegt Lianne.

Terwijl Vincent van Goghs zelfportret een van de dames doet denken aan een “vogelverschrikker”, waardeert Lianne ondertussen de inrichting van het museum. Ze vindt het iets weg hebben van het Louvre. Verder maken de vele afscheidingen en afwisseling in grootte het volgens haar knus. Lianne: “Het is prettig dat je niet in van die grote zalen staat.” Door de wirwar aan zalen weet Lianne af en toe niet waar ze naartoe moet. Naomi vindt het daardoor “rommelig”, maar het museum maakt haar verwachtingen meer dan waar. Sanne verbaast zich vooral over de sfeer die overal hangt: “De mooie en goede inrichting; donkergrijze muren, belichting van de kunst en vooral de ruime opstelling van de voorwerpen.”

Dat Lianne af en toe de weg kwijt is, komt volgens haar door het ontbreken van vaste looproutes en bewegwijzering in het algemeen. Maar andere bezoekers lijken daar geen last van te hebben. De samengeklitte groepen verplaatsen zich als schaapskuddes door het museum. Vertrouwend op hun instinct lopen ze automatisch langs alle topstukken van het museum. Van het zelfportret van Van Gogh, via het Melkmeisje van Vermeer naar de Nachtwacht van Rembrandt. Om vervolgens te eindigen in dat andere hoogtepunt: de souvenirshop. Waar de Rembrandts, Vermeers en Van Goghs op en in alle vormen gretig aftrek vinden en waar het ‘Rijks’ getransformeerd wordt in een rijk museum.

Comments are closed.